Eerste stap op de weg naar eeuwige roem

           

                                      

Er passen misschien wel drie Yvonne Kroonenbergs in één Tina. Echt waar! En Yvonne heeft een bijpassend klein levenslustig hondje dat dolgelukkig is wanneer het heel hard kan rennen zonder aan een lijn te zitten. Met wel drie pootjes tegelijk, want gek genoeg doet altijd maar één achterpootje mee – afwisselend het rechter- of het linkerpootje. Is Yvonne mijn nieuwste allerbeste vriendin? Nee hoor. Ik was een aantal dagen op boerderij Entre les Sources in de Franse Vogezen op een schrijfworkshop georganiseerd door Betty en Marjorie van B-write en Yvonne was de juf.

                              

Je ziet, ik kan nu perfect schrijven. Geen enkele keer de lijdende vorm, maar ik heb me niet gehouden aan zo min mogelijk bijvoeglijke naamwoorden, want eigenlijk vind ik die af en toe wel leuk. En nee, er zitten ook geen ‘stijlbloempjes’ in, Yvonnes stopwoordje: ze streepte ieder gezegde rigoureus door en leerde ons dat een eigen omschrijving veel krachtiger is dan een ‘stijlbloempje’.

 

De deelnemers aan de workshop waren schrijvende dames en een heer. De een had schrijven als baan, de ander als hobby. In kwaliteit deed het een zeker niet altijd onder voor het ander. Ik was naar de workshop gegaan omdat ik voor een drempel, een hoge drempel, sta. Natuurlijk, zakelijk schrijven kan ik best. Ik verdien er heel aardig het dagelijks brood en poezeneten mee. Ik heb zo mijn vaste structuren voor achtergrondartikelen, nieuwsberichten, folders. Maar heel stiekempjes wil ik ook wel eens iets schrijven dat ik zomaar helemaal zelf bedacht heb, of iets dat regelrecht uit het hart komt. Anders kom ik nooit op die bank bij Oprah! Ik heb die cursus dus gebruikt om juist daar een beetje mee te spelen. Gelukkig ging het helemaal niet slecht en heb ik de bevestiging en een beetje meer zelfvertrouwen gekregen om op deze weg een paar eerste stapjes te zetten.

Yvonne gaf mij schrijfopdrachten. Zoals ‘beschrijf eens een van je avonturen’. Makkelijk hoor. NOT! Talloze scènes passeerden de revue en ik besloot tot een heel klein avontuurtje met een duidelijk begin en een eind en waarin het hart niet gelijk wijd open hoefde.  Het resultaat:

                                                                       

 

Een redback spin is gevaarlijk en niet zo’n klein beetje ook. Dodelijk, volgens Lonely Planet. Mij was gevraagd om het web van een red back spin weg te halen. Ik had een baantje bemachtigd als ‘Jill of all trades’, manusje van alles, op een ‘station’  in Noord-West Australië, een veeboerderij ter grootte van drie Nederlandse provincies.

 

Eerst maar eens kijken hoe zo’n beest er uit ziet. Ik loop naar de homestead, het grote huis, naar de bijkeuken, waar het nest moet zitten. En ja hoor, onder de dakgoot zit een web. Een groot web, met een spin en een flink aantal eieren erin. De spin is een stuk kleiner dan ik verwachtte en eigenlijk, zo op het oog niet enger dan een gewone huis-, tuin- en keukenspin. Daar sta ik dan. Hollands glorie middenin de Australische outback met de opdracht een dodelijke spin af te voeren, maar verder zonder instructies. Lonely Planet vermeldde nog wat meer eigenschappen: redbacks springen, redbacks rennen, redbacks zijn agressief en redbacks bijten. Te trots om advies te vragen, kijk ik naar het web en verzin een list.

 

Een half uur later kom ik gewapend met een bus haarlak het huis uit. Knappe redback spin die mij nu nog gaat bijten. De halve spuitbus gaat leeg over het web en ja hoor, het heeft effect. Na de eerste sissende geluiden, draait de redback naar mij toe. Weer dat enge, onbekende geluid en hij richt zich op z’n achterpoten. Klaar om de dodelijke sprong naar mijn gezicht te maken, spuit ik de spin nog een keer recht in z’n gezicht. Het werkt, de spin verstijfd en valt terug in zijn web. Voor de zekerheid spuit ik de hele bus leeg en lees nog een keertje de gebruiksaanwijzing: ja hoor, het moet enkele minuten drogen voor het verder verwerkt kan worden.

 

Na de voorgeschreven minuten zit de nog steeds verstijfde redback spin op dezelfde plek in het web. Onverwacht snel verdwijnt de spin, de eieren, het web en alle stofraggen in een halve meter om het web heen in de stofzuigerzak. Ik trek de meegebrachte lange handschoenen aan en voorzichtig maak ik de stofzuiger open. Nee, geen spin te zien, geen pootje dat voorzichtig uit de filter komt, niets helemaal niets. Opgelucht haal ik de stofzuigerzak snel uit de stofzuiger en smijt hem in het lege olievat dat gebruikt wordt als allesbrander. Beetje olie erbij, een lucifer – de crematie van een redback spin. Ik gooi nog wat hout in het vat, wat papier en steek net een sigaretje aan met het gloeiende eind van een smeulend stuk hout wanneer de bel voor de ochtendkoffie klinkt. 

                               

O, wat zijn wij mooi!!!

Yvon en ik zijn wezen trutten in Zaandam. Daar is namelijk een fotostudio. Niet zomaar een fotostudio, maar eentje mét visagie en styling en meer van dat soort zaken waar wij geen verstand van hebben. En dat is wat wij wilden. Een gewone fotograaf werkt met het materiaal dat voor zijn lens komt, maar hier maken ze van het basismateriaal het beste dat er op dat moment van te maken is. 

Een kapster begint met gigantische rollers, hairspray en andere moderniteiten ons haar een meer Claudia Schiffer look te geven. Een andere dame pakt verfkwasten en een kleurenpalet en gaat aan het schilderen. Uiteindelijk wordt er uit de zelf meegebrachte stapel kleren iets gezocht wat zij acceptabel vinden voor de foto. 

Daarna worden foto’s gemaakt en dan krijg je dus uiteindelijk zoiets, want kennelijk was dit het beste dat er die dag van ons te maken was. 

 

 

 

 

 

Jahaaaaaaaaaaaa, ik weet het ook wel: Yvon staat er mooi op!

De mooiste brug is een aquaduct

Het zit er weer op voor dit jaar, alle jaarvergaderingen van Schuttevaer zijn gehouden. Koninklijke Schuttevaer is de branchevereniging van de binnenvaartschippers. De vereniging is landelijk in afdelingen verdeeld, al naar gelang een plaats of regio belangrijk is voor de binnenvaart. Zo hebben Sliedrecht, Werkendam, Hardinxveld-Giessendam, Rotterdam allemaal een eigen afdeling, maar moet heel Groningen-Drenthe het met één afdeling doen. Zelf kom ik jaarlijks op vier van de 24 vergaderingen omdat De Scheepvaartkrant van alle afdelingen een vergaderverslag plaatst.

Iedere keer valt het me weer op hoe verschillend die afdelingen zijn. Utrecht is altijd de eerste van mijn rijtje: tussen Kerst en Oud & Nieuw. Een degelijke, beetje saaie (sorry Utrechtse schippers!) vergadering. Dan volgt Amsterdam met een zakelijke vergadering waar meestal meer ambtenaren aanwezig zijn dan schippers. Daarna wordt het leuk. De vergadering van de Kop van Noord-Holland is altijd in Café de Schelvis in Zuid-Scharwoude. Dat is bij Alkmaar rechtdoor. Behalve binnenvaartschippers zijn daar ook veel recreanten en eigenaren van gerestaureerde schepen lid. De serie sluit af met Zaandam, een gezellige club met vrijwel alleen maar binnenvaartschippers die vooral ook komen om elkaar weer eens te zien. Vergaderen gebeurt daar tussen de bierrondes door en altijd vergezeld van een sateetje met brood. 

schippers in Café de Schelvis   

Tijdens zo’n vergadering wordt er over van alles gepraat wat schippers interesseert. Bruggen, sluizen, nieuwe regelingen, meerpalen die kapot zijn, mensen die aan het water wonen en dan klagen dat er een schip ligt afgemeerd, gemeenten die 82 facturen in één maand sturen om het sluis- en havengeld te innen en ga zo maar door. Een paar hoogtepunten dit jaar:

Centrale afstandsbediening

Rijkswaterstaat wil door het hele land bruggen en sluizen op afstand gaan bedienen. Dat scheelt arbeidsplaatsen en dus geld. Maar is dat wel handig? Stel je komt met je schip van 110 m. lang aangevaren. Je meldt keurig met de marifoon dat je eraan komt en ja hoor, de sluisdeur gaat voor je open. Maar wat gebeurt er? Vlak voor je er bent, komt er een of ander motorjachtje aangeraced, vaart de kolk in en maakt aan de eerste de beste bolder vast. Met sluispersoneel is dat snel gepiept. Die maken een sluisindeling en de beroepsvaart gaat voor en de sluis wordt verder opgevuld met pleziervaart. Geen jachtyup die daar onderuit komt. Een ander bezwaar is sluizen die op sensoren werken: ben je ook maar iets te langzaam, dan komt je achterschip klem te zitten tussen deuren. Toch heeft op afstand bedienen van sluizen en bruggen ook voordelen: ook de kleintjes kunnen op zo’n systeem aangesloten worden en krijgen daardoor langere bedientijden, waardoor de binnenvaart flexibeler kan worden. 

Bruggen en sluizen

In Noord-Holland is het janken met bruggen en sluizen. Binnenvaartschippers kijken natuurlijk precies andersom naar bruggen dan mensen op het land. Is de brug voor hen open, dan is ie voor de automobilist dicht. Maar dit jaar was het echt erg met de Leeghwaterbrug, de Friesebrug, de Kraspolderbrug, de Bernhardbrug, de brug van de Wilhelminasluis, de Willem Alexander brug. Tja, al die ‘kunstwerken’  zoals Rijkswaterstaat ze noemt, zijn flink koningsgezind, maar kunst is het zelden en werken doen ze ook vaak niet. De Kraspolderbrug bijvoorbeeld kan nauwelijks meer open dankzij achterstallig onderhoud: hij moet met de hand gedraaid worden omdat de elektrische onderdelen kapot zijn. Maar met de Julianabrug in Zaandam gaat het uitstekend. Vanuit de binnenvaart gezien dan. Die brug wordt nu gesloopt en het duurt nog anderhalf jaar voor er een nieuwe is. Tot die tijd kunnen de schepen gewoon doorvaren, zonder vertraging. Met de spoorbrug in Zaandam gaat het een stuk minder goed. Het is niet helemaal zeker wat er aan de hand is: of er zit een foutje in een computer of ProRail probeert stiekem een extra trein te laten rijden. In ieder geval staat al twee jaar lang in de Scheepsberichten dat de spoorbrug op donderdagochtend gestremd is, terwijl er nooit aan gewerkt wordt. Zoals A. tijdens de vergadering al zei: de mooiste bruggen in Nederland zijn aquaducten. 

Agressie op de grachten

Kapiteins op rondvaartboten zijn vaak oud-binnenvaartschippers. Daarom en omdat rondvaartboten natuurlijk ook beroepsvaart zijn, komt deze tak van de binnenvaart ook nog wel eens ter sprake. Niet op een leuke manier dit keer: afgelopen zomer is er onder de Amsterdamse sloepenyuppen een nieuwe sport ontstaan: het fysiek aanvallen van kapiteins van rondvaartboten. ’t Is ook wel wat natuurlijk: heb je al je grachtenpandje en je Audi TT, weet je niet meer wat je met je geld moet doen en koop je dus maar sloep. En getverderrie, wil je daarmee varen, blijkt dat er daar waar jij jezelf en je bootje wilt showen, rondvaartboten varen en dat die nog voorrang hebben ook. Geen wonder dat je daar een beetje agressief van wordt. Zoiets hoef je niet te accepteren.Toch?  

Maar leuke zaken zijn er ook altijd te vermelden: op de meerpalen van de Berlagebrug zijn mooie nieuwe bolders gemaakt. Precies zoals het moet, maar duidelijk door een timmerman van de wal: ze zitten aan de verkeerde kant en zijn dus nutteloos.

En mede dankzij een groot artikel van mij in De Scheepvaartkant wordt begin 2009 het oude pontje van Akersloot eindelijk vervangen.

pontje van Akersloot   

Wie de complete verslagen van de vergaderingen van Zaandam en Kop van Noord-Holland wil lezen, kan terecht op de online editie van De Scheepvaartkrant (pagina 25).  

Nawoord 8 februari: op 7 februari heeft een binnenvaartschip het pontje van Akersloot over aanzienlijke afstand meegesleept aan de kabel. Lees er meer over in de eerstvolgende editie van De Scheepvaartkrant!

One of those days …

One of those days … Een vaste uitdrukking voor van die dagen dat alles verkeerd gaat. Je zit de hele dag achter je computer, maar tegen de tijd dat je inspiratie hebt, is het al middernacht. Niets komt er uit je handen, al die mensen die je wil spreken hebben een vrije dag en bovendien is er een kat ziek op het vloerkleed. Nee, geen lekke fietsband, dat zou té voorspelbaar zijn, maar wel dat je dan ook nog een pan tomatensoep laat vallen. Zo’n dag.

Vandaag was dus niet zo’n dag. Vandaag ging alles goed. Het begon er al mee dat ik de afvalcontainer op tijd buiten had staan. Ja, makkie, denkt iedereen gelijk. Nou nee, da’s soms best moeilijk, hoor. Wij horen de containers om half acht buiten te hebben staan. De ene keer komt de vuilniswagen om kwart voor acht, de andere keer pas om vier uur ‘s middags. Vandaag was hij er om acht uur en ik was op tijd. Knap dus. Maar ook verder ging alles gewoon goed. De boekhouding over 2007 afgemaakt en afgeleverd bij de boekhouder, een back up gemaakt van recente Belangrijke Zaken, afgeronde klussen gefactureerd en een artikel heel vlotjes geschreven. Iedereen die ik belde was er en ik heb voor maar liefst drie artikelen afspraken kunnen maken. Van een nieuwe opdrachtgever die zomaar als een gebakken duifje uit de lucht kwam vallen een nieuwe klus gekregen en ook nog de foute levering van de Wehkamp teruggestuurd. Tussendoor de boodschappen gedaan, de hele dag gezond gegeten en nee, de katten waren niet ziek. De ultieme dag voor een kraslot dus. En ja hoor, een prijs van maar liefst  € 3,-. Nu snel uitloggen, want dan kan ik ook nog stofzuigen en een wasje draaien.

Doe mij eens vaker zo’n dag.

                                       

Ons geheim

Eigenlijk schamen we ons er een beetje voor. We zijn allebei best wel stoere meiden en in ieder geval reuze geëmancipeerd en flink en zo. Maar ja, toch gaat het ieder jaar kriebelen. In 2001 hebben we er voor het eerst aan toegegeven en sindsdien is het vrijwel ieder jaar raak: M. en ik gaan naar een Duitse kerstmarkt. We zeggen het tegen niemand en de bedoeling is ook dat je dit niet doorvertelt. Geen links dus, want je moet er niet aan denken dat iemand via Google op dit stukkie terecht komt. Naar de kerstmarkt gaan is toch wel het summum van truttigheid en staat op bijna hetzelfde niveau als de Huishoudbeurs. Zijn we ook een keer geweest. Maar één keer. Dat ging echt te ver. Maar de kerstmarkt blijft erin en we gaan ieder jaar naar een andere stad.  

De ANWB-bus van de eerste jaren heeft afgedaan. Niet omdat dat net té truttig was, maar omdat de bus dit jaar zelfs vóór 7.00 uur ’s ochtends uit Utrecht vertrok. ’t Moet wel leuk blijven natuurlijk. Vorig jaar gingen we voor het eerst met de trein. Maar Aken was wat lastig, omdat er een vervelende overstap in zat. Dit jaar dus super-de-luxe met de ICE hogesnelheidstrein naar Düsseldorf. Niet eens zo heel veel duurder en een stuk comfortabeler. Binnen twee uur sta je oog in oog met de eerste bratwursten. 

Wat we nou doen op zo’n kerstmarkt? Eigenlijk niks. De hele dag wordt voornamelijk kletsend doorgebracht. Door het jaar heen zien we elkaar wel regelmatig, maar zelden is er de gelegenheid om echt goed bij te kletsen. Daarvoor hebben we de kerstmarkt. Ja, het eerste jaar leefden we in de veronderstelling dat je daar allemaal leuke spullen kon kopen, maar daar zijn we helemaal overheen. De helft van de kerstmarkt slaan we over. 

We beginnen met koffie in het eerste het beste café, dan volgt de eerste krakauer wurst, via nog meer koffie komen we terecht bij de currywurst en tussendoor natuurlijk een glühwein. En ieder jaar weer hebben we het rond een uur of zeven koud en zoeken we een leuk cafeetje voor een laatste koffie. En ieder jaar weer kunnen we dat niet vinden omdat al die leuke cafeetjes van overdag dan inmiddels dicht zijn. Ook nemen we ons ieder jaar voor om een keer terug te komen wanneer het mooier weer is om verschrikkelijk te gaan winkelen. Doen we nooit. Wat we ook niet doen is de beker van de glühwein netjes terugbrengen en het statiegeld innen: de diverse jaargangen staan zowel bij M. als bij mij thuis tentoongesteld. Op een niet goed zichtbare plek, dat dan weer wel.

Peter Garrett

Ik zat vandaag lekker te lunchen in het café op de hoek (Italiaanse tosti en maar liefst drie koffie) en de kranten van vandaag te lezen. Valt mijn oog op een klein artikeltje: “Peter Garrett, minister van milieu”. En onmiddellijk ben ik terug in 1985. Van juli ‘85 tot juni ‘86 zat ik in Australië. Peter Garrett was daar toen al een legende en enorm gerespecteerd door jong Australië. Hij was hun held, hun voorbeeld, de personificatie van wat er in Australië anders moest. Kaal geschoren, lang voordat dat mode was, zodat het establishment geen kant op kon met de toen gebruikelijke simpele afwijzing: ‘t is maar langharig tuig. Peter was de zanger van Midnight Oil, een rockband die muziek gebruikte om een boodschap over te brengen. Maar hij was vooral rolmodel omdat hij, anders dan de meeste rockers, ook nog een universitaire graad had en die nog gebruikte ook: Peter was advocaat en zette zich in voor hopeloze zaken als het milieu en de rechten van aboriginals. Pro deo. Zijn geld verdiende hij met het internationale succes van Midnight Oil. Toen hij dan ook met de verkiezingen meedeed voor de Nuclear Disarmament Party waren de verwachtingen hoog gespannen. Tot groot verdriet van de jongeren redde de one-issue-party het niet.

Even nagekeken op wiki, maar ook in de jaren tussen 1985 en nu heeft hij niet stilgezeten. The Australian Conservation Foundation, de International Board van Greenpeace, de Surfrider Foundation, onderscheidingen en nog heel veel meer. Leuk!

Nu wordt hij dan minister. Niet namens de Nuclear Disarmament Party en ook niet namens de Australische Groenen, maar voor de Labor Party. Het schijnt dat hij ontdekt heeft dat hij meer kan bereiken met compromissen sluiten dan met activisme. Dat wordt hem door de milieu-activisten vast niet in dank afgenomen. Zelf denk ik dat een intelligente man als Peter Garrett met het hart op de goede plaats, heel wat goed kan doen in de regering. Ja, hij zal af en toe een compromis moeten sluiten, maar met zijn kracht en charisma zal hij het Australische kabinet ongetwijfeld een nieuwe richting op weten te sturen. En dat is hard nodig na een te lange tijd John Howard. De kans dat Australië Kyoto nu wel tekent is in één klap enorm toegenomen.

Peter, you rock!!!

En om niet te vergeten waar zijn roots liggen:

Waarom is een Ferrari rood?

De roze laptop is gisteren bezorgd. Hij, nee zij, een roze laptop is natuurlijk een zij, is absoluut prachtig. Staat reuze vrolijk op de eettafel, maar belangrijker is natuurlijk dat het me al gelukt is om er mee op internet te komen en dat de eerste muziekjes er al op staan. De laptop is eigenlijk puur bedoeld voor de lol.  Natuurlijk zal ik er ook wel eens op werken, maar in principe wordt er op gechat, gehappy-ed en mee op vakantie gegaan. De aanleiding voor de aanschaf was immers de vakantie in Scandiland waar nauwelijks meer internetcafé’s met computers zijn. Staat er ergens ‘internet’, dan betekent dat dat je er wireless het net op kan met je eigen laptopje.

Er moest dus een laptop komen. Maar ja, wat voor een? Eigenlijk hoefde mijn nieuwe laptop niks bijzonders te kunnen: ik game niet, ik download geen films, geen muziek en doe ook niet aan photoshop en andere ruimtevretende toepassingen. Een heel standaard laptopje zou dus volstaan. En laat Dell op de dag dat ik tot die conclusie kwam nou net een folder door de brievenbus gooien met daarin een kortingsbon voor een laptop die ook nog eens in acht kleuren verkrijgbaar is. De keuze was snel gemaakt. Het enige probleem was nog of het een roze, een gele, een blauwe of een rode moet worden. Maar ja, de roze is gewoon de mooiste.

De reacties zijn ronduit verbijsterend. Een roze laptop? Vriend J. vindt het ronduit belachelijk. Vriendin, ook J., was juist blij verrast dat er eindelijk kleuren kwamen in de computerwereld. Volgens haar werden computers en ook mobiele telefoons lang gezien als mannendingen en waren ze daarom alleen in zwart en wit. ‘t Is natuurlijk niet voor niks dat Volvo’s in vrijwel alle schakeringen grijs verkrijgbaar zijn en de Twingo, vrouwenauto bij uitstek, in alle kleuren van de regenboog. Wat is dat toch met mannen en kleuren? Is het omdat kleurenblindheid vooral mannen treft?

Of zijn kleuren gewoon niet stoer? Zou kunnen. Ook ’sister in Heep’ M zweert bij zwart en zou niet dood gevonden willen worden met een roze telefoon. Maar als dat dan zo is, waarom zijn dan stoere speeltjes bij uitstek: hijskranen, tractors, en andere zware voertuigen in van die vrolijke kleurtjes geschilderd? Waarom zijn vrijwel alle Ferrari’s rood?

Katten als aftrekpost

Een van de eerste opmerkingen die ik over mijn vers geupdate website kreeg, was dat mijn katten er nergens op stonden. Een onvergeeflijke omissie, ik besef het. Als onmisbare bureau-accessoires zijn de poezen Isabelle en Liselotte een wezenlijk onderdeel van mijn werk als freelancer. Ze houden mij gezelschap terwijl ik aan het werk ben en zeuren regelmatig om eten zodat ik tijdig aan mijn pauzes denk. Ook schijnt de katten-aai-beweging preventief te werken tegen de RSI. Onderzoek heeft bovendien uitgewezen dat mensen met huisdieren veel gezonder, gelukkiger en minder gestrest zijn dan mensen zonder huisdieren. Eigenlijk zou ik het kattenvoer en de dierenarts dus gewoon moeten kunnen opvoeren als noodzakelijke bedrijfskosten. Met een restwaarde en een nieuwwaarde van nul, blijft de vraag hoe hoog de bijtelling voor privé-gebruik zou moeten zijn.